vrijdag 3 april 2009

Het verhaal van de rijstpap

Als je een blog start met ‘rijstpap’ in de titel, is het voor de hand liggend even op zoek te gaan naar de geschiedenis van dit dessert.
Daarover is echter niet zo veel te vinden, maar een paar uren zoekwerk leverden toch voldoende gegevens op om er een bericht aan te wijden.


Volgens het oude volksgeloof krijgen we in de hemel rijstpap met gouden lepeltjes. Daaruit blijkt dat rijstpap in de vorige eeuwen iets heel speciaals moet geweest zijn. Een groot aantal van de ingrediënten voor een klassieke rijstpap is ook heel exotisch: rijst, saffraan, vanille. En ook suiker was vroeger niet echt een alledaags iets.

De oorsprong van rijst is onbekend. Toch zijn er bewijzen dat er in China al een beperkte rijstcultuur was rond 5.000 voor Christus. Rijst is de dagelijkse basisvoeding voor driekwart van de wereldbevolking. Alleen in Europa wordt relatief weinig rijst gegeten. En dan nog vooral als dessert: rijstpap en rijsttaart. Deze twee gerechten vinden hun oorsprong in Bagdad, dat ooit de culturele en culinaire hoofdstad van de moslimwereld was. De handel in die tijd werd voornamelijk beheerst door het grote Arabische rijk. Het Arabische Rijk of Islamitische Rijk (630-1186) was een wereldrijk dat zich gedurende negen eeuwen heeft uitgestrekt over een heel stuk van de wereld, van Spanje tot India. Het werd geregeerd door de kaliefen en was gesticht door de opvolgers van de profeet Mohammed.

Eén van de vroegste noteringen van rijst werd teruggevonden in de rekeningen uit 1425-1426 van het Sint-Janshospitaal (Brugge). In de daaropvolgende jaren kwam dit product steeds opnieuw terug.

Aan de hand van de zestiende eeuwse boerenbruiloft van Breugel (1567) zien we dat rijstpap toen in onze streken geserveerd werd.

(hiernaast: detail van een rijstetende jongen uit 'boerenbruiloft' - misschien was ik dat wel in een vorig leven...)

Hoe kwamen deze producten terecht in de Nederlanden? In een land dat noch rijst, noch kaneel, noch saffraan of vanille heeft.

Eén mogelijkheid is dat na de Kruistochten van 1096 tot 1291 de handel tussen oost en west goed op gang kwam. In de analen van Brugge en Gent worden de eerste handelshuizen vermeld in 1278. Italiaanse handelaars brachten veel Arabische of Turkse stoffen en levensmiddelen mee: katoen, leer, rijst, suiker, tulpen, koffie. Brugge was in de Nederlanden de stad waar de Arabische en Italiaanse invloeden het meest voelbaar waren.

Een andere mogelijke invoerweg loopt via de Vlaamse en Nederlandse soldaten die met Karel V (1500 – 1555) optrokken naar Andalusië en Noord- Afrika. Zij brachten rijstpap en rijsttaart mee terug.

In onze contreien werd reeds in 1605 een recept voor rijstpap genoteerd.

In ‘Geschiedenis mijner jeugd’ (ca. 1880) van Hendrik Conscience vond ik volgend fragment: ‘Volgens hare beschrijving was het een groote lusthof vol groene boomen, van welke men naar believen de blozende vruchten mocht plukken; de grond was er onophoudend met duizende bloemen gesierd; er was van alle lekker eten in overvloed: men at er rijstpap met suikeren’.

Tot na de Tweede Wereldoorlog bestond het voedsel van buitenlieden en van de lagere klassen in de stad voor een groot deel uit alle soorten pap. Op het platteland waren geen bakkers, ieder gezin bakte slechts één keer per week brood (omdat het verhitten van de oven zoveel tijd en hout eiste) voor de eigen huisgenoten. Tegen het einde van de week was het brood zo hard zodat het geweekt werd in de pap. Rijstpap was voor de feestdagen bestemd.

Tegenwoordig is rijstpap een geliefd gerecht tijdens middeleeuwse folklore feesten, breugelavonden en andere historische evenementen.
Wel, ook in 2009 betekent rijstpap voor mij nog steeds een beetje feest!
...



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen