Woordendromer
-Ik ben geen spraakwaterval
Toch borrelen, als water uit een bron, woorden op in mijn hoofd
Maar hun vrije stroom wordt belemmerd als ze de poort van mijn lippen bereiken
Daar klotsen ze tegen de wanden, komen in draaikolken terecht en worden troebel
Ze verliezen hun kracht en sijpelen aarzelend doorheen mijn lippen
Daar buiten lijkt dit stroompje woordenwater onbetekenend
Zijn murmelend geluid gaat verloren tussen het gedruis van snelstromers
-
Ik ben een woordendromer
Flarden gedachten hangen als nevels in mijn hoofd
Starend in de grijze massa probeer ik hun silhouetten te onderscheiden
Op de tast tracht ik ze te benaderen om hun ware aard te ontrafelen
Ideeën doemen op als zwakke lichtschijnsels in wazige contouren van huizen
Ik loop op hen af als naar een baken in de mist en open hun deuren
Daar binnen baden woorden in een gouden licht en tonen hun geheimen
-
Ik schrijf woorden liever neer
Gedachten worden woorden worden zinnen en verschijnen zwart op wit
Ik gooi ze als veertjes in de lucht, door de wind gedragen gaan ze hun eigen weg
Dankbaar dat ze tot mij gekomen zijn, laat ik ze nu gaan.
Bevrijd kijk ik hen even na, mij stilletjes afvragend wat er van hen zal worden.
Vinden ze ooit een nieuwe thuis in een luisterend oor of in een zoekend hart?
Misschien, misschien ook niet, maar ze wilden zo graag gehoord worden.
-
-
