Weekboek
hoofdstuk 10
Mijn gedachten stuurde me onlangs deze reactie:
‘Je gebruikt ook het woord "maar" in bepaalde zinnen.
Voor mij brengt het woord "maar" vaak ongeloof mee.
B.v.: ik vind jou lief, maar enz...
Zou jij daar eens over willen schrijven?’
Ja hoor, zo heb ik weer een onderwerp voor dit Weekboek. (hahaha)
Zo’n vragen zijn steeds welkom, geen ‘vragen’ uit nieuwsgierigheid, maar (!) vragen die eigenlijk ‘géven’, omdat ze mezelf iets bijbrengen.
Waarom brengt het woord ‘maar’ soms ongeloof mee…
Maar verondersteld dat er een andere kant is aan wat er bedoeld wordt: een schaduwzijde of een zonnige kant. Het ‘Ja, maar…’, gevoel.
‘Hij heeft alles wat hij zich kan wensen, maar toch is hij niet gelukkig’.
‘Dit was een moeilijke tijd voor hem, maar het bracht hem een nieuwe uitdaging.’
Soms wordt maar gebruikt om harde (persoonlijke) waarheden te zeggen en deze via dat woordje wat te verzachten. Of om het jezelf gemakkelijker te maken om die dingen gezegd te krijgen.
‘Ik vind je een heel bijzonder mens, maar nu ben je toch helemaal verkeerd bezig’.
Maar houdt ook in dat niets perfect is.
‘Mijn tuin is prachtig, maar er is heel veel werk aan en ik heb er geen tijd voor’.
‘Ik heb een fantastische baan, maar ik heb onvoldoende tijd voor mijn gezin’.
(wegens tijdsgebrek, deze week een heel schetsmatig schetsje...)
-
Maar: dit woord komt voort uit de wereld waarin ik leef, een wereld van tegenstellingen.
Alles in de aardse realiteit, heeft een tegengestelde. Dag – nacht; groot – klein; liefde – haat; rijkdom – armoede; licht – duisternis; eenvoudig – complex; hoop – wanhoop; enz.Met deze tegenstellingen moet ik leren leven, uit deze tegenstellingen trek ik lessen, via deze tegenstellingen ontwikkel ik. Ik probeer dit feit te aanvaarden en steeds naar beide zijden te kijken, wit en zwart. Wit en zwart maken trouwens deel uit van één geheel. Tegenstellingen komen steeds in paren. Paren zijn twee delen van éénzelfde geheel.
We leven in een yin en yang wereld. Toch niets is helemaal het ene of het andere. Misschien krijgen we af en toe de indruk dat iets definitief zwart of wit is, maar (!) dit is slechts een tijdelijke toestand. Want in het zwart ligt het witte te wachten en in het wit ontstaat reeds een puntje zwart. Hier komt 'maar' weer op de proppen:
'Mijn situatie was totaal hopeloos, maar onverwacht kwam er een nieuwe kans op geluk.'
'Ik hou van haar, maar af en toe maakt ze me boos.'
Het woord ‘maar’: eigenlijk zegt het NIKS, maar (!) eigenlijk zegt het ALLES over de wereld van dagelijkse ervaringen. Het is er onverbreekbaar mee verbonden.
Waarom brengt het woord ‘maar’ soms ongeloof mee…
omdat het verwijst naar tegenstellingen, contradicties, twijfel, onzekerheid.
Maar het brengt evengoed geloof mee... (ja, zo is maar - dank aan Walter voor de opmerking)
Ben ik tevreden over dit stukje? Ja, maar…
er is nog een andere betekenis voor 'maar' als het gebruikt wordt als bijwoord, in plaats van als voegwoord.
'Dit is maar een onvolledig stukje over het woord 'maar'.'
'Dit logje blijft maar doorgaan.'
maar hier stop ik er toch mee :-)
