Weekboek - 18
Tijd om de draad weer op te nemen:
op woensdag is er weer mijn 'Weekboek'.
-
Hemel en Hel
-
In het boek ‘Het leven van Pi’ van Yann Martel las ik twee fragmenten:
twee uitersten qua gedachten, gevoelens en bewustzijn, waarin ik veel herken.
-
Het gaat hier wel om uitersten, om tegenpolen: de bodemloze afgrond en de hoogste top.
Meestal klim ik hoopvol omhoog, genietend van wat het pad te bieden heeft. Het uitzicht is bij gelegenheid groots en allesomvattend. Maar soms word ik opgehouden door kleine struikelstenen die mij ten val brengen. Gelukkig zijn er meestal genoeg houvasten om mijn val af te remmen, maar af en toe word ik zo verrast dat paniek en angst zich van mij meester maken. Dan verlies ik mijn beheersing en evenwicht en duikel de afgrond in…
Elke strohalm waaraan ik me dan kan vastklampen, grijp ik vast als een uitgestoken hand om mij terug op het pad te helpen.
-
-
Hier komen de fragmenten, laat ik ze maar hemel en hel noemen.
-
Hemel
-
‘Zo was ik een keer de stad uit gereden en op de terugweg, op een hoog punt waar ik links de zee en recht voor me de weg kon zien liggen, kreeg ik plotseling het gevoel dat ik in de hemel was. Het was nog steeds precies hetzelfde plekje als waar ik op de heenweg langs was gekomen, maar ik zag het nu anders. Dat gevoel, een paradoxale mengeling van pulserende energie en diepe vrede, was intens en gelukzalig. De weg, de zee, de bomen, de lucht, de zon, die vroeger allemaal op verschillende manieren tot me gesproken hadden, spraken nu allemaal dezelfde taal van eenheid. (…) Alle elementen waren in harmonie met al het andere, alles was met elkaar verwant. Ik knielde als sterveling neer en stond onsterfelijk weer op. Ik voelde me het middelpunt van een kleine cirkel die samenviel met het middelpunt van een veel grotere.’
(Uit 'Het leven van Pi' - Yann Martel)
-
Hel
-
‘Angst is de enige echte tegenstander van het leven. (…) De angst zoekt je zwakste plek en vindt die met onfeilbaar gemak. Het begint in je hoofd, altijd. Het ene moment ben je nog kalm, beheerst, gelukkig. Dan sluipt de angst, vermomd als onschuldige twijfel, als een spion naar binnen. De twijfel stuit op ongeloof. (…) Maar ongeloof is een slecht bewapende infanterist. Daar maakt de twijfel zonder moeite korte metten mee. Je wordt zenuwachtig. De rede komt je te hulp. Je laat je weer geruststellen. De rede is uitgerust met de nieuwste technologische wapens. Maar tot je verbijstering wordt de rede verslagen (…) Je voelt dat je verzwakt, dat je krachten tanen. Je zenuwachtigheid slaat om in vrees. Dan begint de angst aan je lichaam te vreten, dat al heeft gemerkt dat het helemaal de verkeerde kant uit gaat. (…) Snel neem je overhaaste beslissingen. Je laatste bondgenoten, hoop en vertrouwen, stuur je weg. Zo, nu heb je jezelf verslagen. De angst, die alleen maar een indruk is, heeft je overwonnen.’
(Uit 'Het leven van Pi' - Yann Martel)
-