Zeven facts, zeven tekeningen
Fact 7
Het zevende en laatste in de rij. Mijn Blog Award opdracht is daarmee afgewerkt.
Na mijn ‘breekpunt’ stond ik voor een lange winter binnenshuis. De voorgaande jaren vond ik nooit de tijd (én de energie én de zin) om weer eens een schilderij te maken. Nu bood de gelegenheid zich aan. Bovendien wordt beweerd dat schilderen een activiteit met een therapeutische werking is. Met een hoofd dat verward was, zenuwen die in de knoop lagen en het altijd aanwezige gevoel van uitputting, was dit toen niet zo evident. Een bijkomende moeilijkheid was dat ik meestal vertrek vanuit een idee dat ik in mijn hoofd ‘zie’. Het gebrek aan mentale concentratiekracht maakte dat moeilijk. En eigenlijk wilde ik gewoon schilderen om het plezier van het schilderen zelf, zonder veel na te denken over betekenissen en stijl. Maar voor dat witte doek staan en zomaar beginnen, op gevoel, dat lukt me ook niet.
Ik bracht enkele kunstboeken mee vanuit de bib, in de hoop een aanzet te vinden. En zo gebeurde het dat mijn (beperkte) aandacht getrokken werd door een oude liefde: ‘La Primavera’ van Sandro Botticelli. Ooit had ik me aan dit werk vergaapt, toen ik op reis was in Firenze. Zo ontstond het idee om zelf een ‘renaissance’ werk te maken, samengesteld uit fragmenten van diverse werken van Botticelli. Ik nam fotokopieën en begon met knippen en plakken. Stukjes van werken van o.a. Raphaël, Fiorentino, Giorgione, Barocci, Rubens … maakten mijn ontwerp compleet. Een soort multi-plagiaat op Wimiaanse wijze. Daarna begon het schilderen: 6 maanden lang vertoefde ik elke dag enkele uren in de sfeer van de oude meesters.
Sorry voor de povere kwaliteit van de foto. Het schilderij hangt op een moeilijke plaats en ik had geen zin er mee op stap te gaan.
Olieverf op mdf-paneel, 140 x 80 cm




