Levenslicht
-Toen ik nog kind was leek het leven zo heerlijk,
een wonder, mooi en magisch.
Vogeltjes in de bomen zongen zo vrolijk,
de zon, de maan en de sterren keken me glimlachend aan.
-
Maar dan moest ik leren verstandig handelen en logisch denken,
verantwoordelijkheid nemen en praktisch ingesteld zijn.
In die grote wereld moest ik betrouwbaar zijn,
ontledend, intellectueel, cynisch.
-
Ik moest oppassen wat ik zei of ze noemden me
een dromer, een fantast of naïef en onvolwassen.
Ik moest doen wat de anderen van me verwachtten
om aanvaardbaar, respectabel, presentabel te zijn, een marionet!
-
Maar soms, terwijl die vreemde wereld sliep,
verschenen er vragen, te diepgaand voor een eenvoudige man.
Wie kan mij vertellen over het Leven? Heb ik eigenlijk al iets geleerd?
Over de wereld wist ik veel, maar niemand had me al verteld wie ik ben.
-
Ik ontdekte wijze woorden die mij leerden over het Leven binnenin mij
dat overweldigd door opgelegde normen, zich verlegen schuilhield.
Maar onder te grote druk viel zijn schelp in scherven uiteen
en stond het naakt tegenover de hamerende wereld.
-
De slagen kwamen hard aan maar het overleefde
en het kreeg een nieuwe, rustiger weg aangeboden.
Het Levenslicht in mij wil schijnen, genieten van het wonder, mooi en magisch
en droomt nu luidop ‘gouden lepeltjes’…
-
Geïnspireerd door ‘Logical song’ van Supertramp.
-
--





