Vakantietijd. Af en toe verveelt zoon zich.
Dan komen de gezelschapsspelletjes boven
en zoekt zoon een gewillig slachtoffer.
Ik beantwoord het meest aan deze omschrijving...
Hét spel van deze zomer heet Carcassonne.
En dus wordt ik in mijn fantasie teruggevoerd
naar de tijd van ridders en kasteelheren.
Ik moet punten verdienen met de bouw van
ommuurde burchten, aanleg van wegen,
kloosterdomeinen en omliggende landbouwgronden.
-

-
Een eenvoudig spel.
Maar waarom verlies ik dan elke keer opnieuw?
Echt, ik overdrijf niet:
zeker al HONDERD keer gespeeld,
nog NOOIT gewonnen.
-
Zegt dit iets over mijn intellectuele vermogens
of over dosissen geluk?
Ik kan toch niet 100 op 100 keer géén geluk hebben...
dus ben ik te dom?! Missschien.
Maar het gemak waarmee zoon telkens wint
is verbluffend.
Ik heb een licht vermoeden dat de hersenkronkels,
nodig voor het taktisch spelen van Carcassonne,
dezelfde zijn waardoor je wiskundige systemen
en fysische processen begrijpt.
Wiskunde en fysica, zoons beste vakken,
papa's niet zo'n beste vakken.
Vandaar.
-
En de vakantie is pas goed halfweg...
de nederlagen zullen zich verder opstapelen...
de schande zal ondraagbaar zijn...
-


-